HOME PROGRAMMA INSCHRIJVEN ONDERWIJSINSTELLINGEN 2011 2009 2008 2007
Vrijdag, 6 november 2009, Stadhuis, Boekmanzaal

Kennis voor de Stad

Energie, jeugd, veiligheid, gezondheid, de metropool Amsterdam, arbeid en onderwijs; het zijn allemaal onderwerpen waar zowel de UvA en VU als de gemeente Amsterdam het hoofd over buigen. Tijdens het symposium Kennis voor de Stad wisselen gemeenteambtenaren en wetenschappers hun kennis op deze terreinen uit, en gaan ze in op enkele brandende kwesties. Doel is te komen tot concrete initiatieven en blijvende samenwerking.

Dit jaar vond Kennis voor de Stad voor de derde keer plaats. De vorige symposia hebben geleid tot een wisselwerking en samenwerking tussen wetenschap en praktijk op het gebied van gezondheidszorg, jeugdzorg en ruimtelijke economie, constateerde burgemeester Cohen in zijn openingstoespraak bij deze editie. Dus niet, zoals de titel Kennis voor de Stad suggereert, tot eenrichtingsverkeer. Desondanks zou de gemeente veel vaker gebruik kunnen maken van de kennis van de stedelijke onderwijsinstellingen. Dat zou de efficiëntie van het gemeentelijk werk ten goede komen en bovendien wordt zo voorkomen dat de gemeente achter onderzoeksresultaten ‘aanhobbelt’.
Behalve de mogelijkheid tot valorisatie biedt het uitwisselen van kennis interessante invalshoeken en nieuwe contexten op voor alle partijen. Wat dat betreft lijkt het de burgemeester een goed idee volgend jaar ook de HvA bij Kennis voor de Stad betrekken.

Amsterdam een jaar naar de crisis

Wat kan en zou de gemeente misschien moeten doen op het gebied van kennis en economie, gezien de crisisontwikkelingen? Arnoud Boot, hoogleraar ondernemingsfinanciering en financiële markten (UvA), en Erik Bartelsman, hoogleraar Economie (VU) gaven hun visie.

Wil Amsterdam als winnaar uit deze crisis komen, dan zal het zijn concurrentiekracht moeten vergroten, vindt Boot. De universiteiten moeten samenwerken waar dat nodig is, en elkaar beconcurreren en scherp houden op alle andere terreinen. Dat geeft dynamiek en zo creëer je een stad waar iedereen wil zijn. Voor een goed vestigingsklimaat voor bedrijven is ook een top businessschool nodig en die heeft Amsterdam niet.
Een tweede kans betreft de Amsterdamse optiehuizen. Deze horen, ondanks de financiële crisis, nog steeds tot de internationale top. Ze zijn voor Amsterdam veel belangrijker dan de pensioenfondsen. Toch lijkt dat niet tot de gemeente door te dringen.
Net als Bartelsman wijst Boot erop dat innovatie niet per se leidt tot een goede economische positie. Daarvoor zijn vooral dynamiek, concurrentiekracht, het snel kunnen inspelen op mogelijkheden en aanpassingsvermogen nodig.
Beiden zien de overheid als een instantie die investeert in faciliteiten voor mensen en bedrijven: in arbeid, locaties, vergunningen, wonen, parkeren, scholen, expats. Op het gebied van onderwijs- en kennisinstellingen moet de overheid een actieve rol spelen: prikkels geven, obstakels wegwerken en investeren in kwaliteit en kennisopbouw op elk niveau, waarbij Bartelsman aantekent dat excellentie en innovatie uit diversiteit voortkomen. De overheid zou veel breder talent moeten zoeken en opleiden.
Bartelsman vraagt zich af of de gemeente wilde ideeën van ambtenaren kan reguleren en uitvoeren. Kan de gemeente investeren in een visie voor de toekomst; in Holland Financial Center aan de Zuidas; in uitbreiding van de Haven. Het zou geweldig zijn als dat lukt, en een groot verlies als dat mislukt.
Bartelsman signaleert een spanning in de relatie tussen flexibiliteit en planning (vooruit kijken). De overheid zou zo moeten plannen dat de planning aanpasbaar is, dat rekening wordt gehouden met het feit dat de toekomst anders kan zijn dan gedacht.

Presentatie Arnoud Boot (UvA) >>> (ppp)
Presentatie Erik Bartelman (VU) >>> (pdf)

Workshops*
Drie workshops zijn een vervolg op workshops van 2008:
  • Gezondheidsproblemen in aandachtswijken
  • Jeugdzorg – Kinderen eerst
  • Ruimtelijke economische agenda en schaalvergroting
Nieuwe thema’s zijn:
  • Duurzame energie
  • Veiligheid en sociale cohesie
  • Segregatie in het onderwijs
  • Arbeidsparticipatie
*Zie voor verslagen de volgende pagina’s.

Afsluiting
‘In de beperking toont zich de meester’ was de uitdrukking waarmee de vader van Karel van der Toorn, collegevoorzitter UvA, zijn zoon aanspoorde het beste uit zich zelf te halen. Deze uitdrukking, in de betekenis die zijn vader daaraan gaf, acht Van der Toorn in deze crisissituatie van toepassing op de twee universiteiten en de gemeente. Dit is het moment bij uitstek waarop ze met creatieve, een tikje brutale, onconventionele ideeën, en in samenwerking met elkaar, kunnen laten zien wat ze waard zijn. Met deze opbeurende woorden sloot van der Toorn het symposium af.